Uittips met kinderen

Alles over Frankrijk

Feest in Avignon

Roos is blij want ze is met papa en mama mee naar een groot festival in Avignon. Het weer is fantastisch. De zon schijnt, het is warm en ze heeft een heerlijk ijsje. Op straat zijn heel veel mensen. Ze zingen, spelen toneel of dansen. En er wordt veel gelachen. Het festival is zo bekend dat mensen uit heel de wereld er naar toe komen. Hoort ze allerlei verschillende talen? In ieder geval verstaat ze de meeste mensen niet, maar af en toe hoort ze ook onbekenden Nederlands praten.

feest in avignon

Het is druk. Iemand ziet haar niet en duwt haar per ongeluk omver. Snel pakt ze papa’s been vast zodat ze niet op de keien valt. Papa tilt haar op en zet haar op zijn schouders. Nu heeft ze een schitterend uitzicht. Ze kijkt over de mensen heen. Ze luistert naar sprookjesachtige muziek en ziet in de verte een schitterend kasteel op een heuvel. Papa loopt steeds langzamer een steile straat op. Hij moppert dat hij Roos niet meer lang kan dragen. Mama zegt met haar allerliefste glimlach; ‘maar Roos vindt het zo fijn’. Daar kan papa niet tegenop. Moe of niet mama’s glimlach is goed voor nog minstens een paar minuten.

Uitgeput zet papa Roos uiteindelijk toch neer. Ze staan nu op een enorm plein tussen allerlei andere mensen. Mama maakt foto’s van het mooie paleis dat nu recht voor hun staat. Papa ploft op een stoeprand neer. Hij vraagt Roos; ‘Wil je ook drinken en een banaan?’ Maar Roos reageert niet. Ze weet niet waar ze het eerste naar moet kijken. Een groep mannen die op elkaars schouders klimmen? Een vrouw die enorm hoog zingt, terwijl het zweet van haar afdruipt? Of die jongen vlak naast haar, die een gaaf computerspelletje speelt.

Opeens wordt het donker. Roos kijkt op en staat in de schaduw van een enge heks. Ze schrikt. Even krijgt ze het koud terwijl het warm is. De heks kijkt haar boos aan. Roos beeft van angst. Dat duurt even, maar dan denkt ze; ‘Ik ben in Avignon, veel grote mensen zijn verkleed en heksen bestaan niet echt. Dapper zijn!’ Opeens roept Roos boe in de oren van de enge vrouw. Met een woedende blik tilt de heks een staf op en ze mompelt iets onverstaanbaars. En opeens ….is Roos een volwassen vrouw met clownskleren aan. Ze snapt er niets van. Ze wil iets tegen haar papa zeggen, maar ze praat opeens Frans! En ze kan helemaal geen Nederlands meer. Papa heeft geen tijd voor Franse clowns. Hij rent in paniek weg want hij is zijn kleine Roos kwijt. Mama is boos en roept; ‘kan je nu niet even opletten terwijl ik foto’s maak?’ Beiden hebben geen oog voor de huilende clown. Veel andere mensen wel. Ze gaan om haar heen staan en geven haar geld. Nu moet ze nog harder huilen. ‘Wat knap het lijkt net echt’, hoort ze iemand zeggen. Nog meer mensen komen kijken en een luid applaus volgt. Roos gaat liggen en slaat met haar vuisten op de grond. Opeens voelt ze een arm op haar schouder en wordt ze rustig. Ze draait zich om en ziet een elfje.

Het elfje pakt de hand van Roos vast. Ze neemt haar mee naar een rustig plaatsje, in een schitterend park achter het paleis. ‘Ik heet Ires en ik ben een echt elfje’, vertelt ze Roos. Een heks betoverde mij en nu ben ik net zo groot als mensen. Zo kan ik niet teruggaan naar elfenland. Daarom sta ik in Avignon op straat. Hier tussen al die verklede mensen val ik niet op. Ik heb dit nog tegen niemand verteld. Want niemand gelooft dat elfjes en heksen echt bestaan. Behalve jij, want ik heb gezien dat ze jou ook betoverd heeft.’

Roos is even stil. Vervolgens vraagt ze of alle betoveringen verbroken kunnen worden. Ires glimlacht en zegt; ‘Ja, maar ik weet niet hoe dat moet….Zullen we teruggaan naar het plein? Wil je me helpen met mijn act?’. Roos heeft daar eigenlijk geen zin in. Maar wat kan ze anders doen? Samen lopen ze naar het plein. Ires zingt daar een droevig liedje en Roos moet huilen. Heel mooi, in hetzelfde ritme. Mensen komen rond hun staan om te luisteren en te kijken. Ze gooien geld in Ires’ mandje, zowel muntjes als briefjes. Ires zingt drie liedjes en clown Roos blijft huilen. Daarna buigen ze voor het publiek. Ze pakken het mandje op en gaan wandelen door de straten.
Wat horen ze opeens? Een jankende hond? Nee, het is een huilende man. Hij is groot en staat midden op straat te janken als een kind. Ires vraagt hem wat er is gebeurt. ‘Ik ben bestolen’, zegt de man. ‘Nu kan ik de huur niet betalen. Straks wordt ik misschien wel op straat gezet. Hoe vertel ik dit aan mijn vrouw en mijn kinderen? ’ Roos en Ires kijken elkaar aan. Tegelijkertijd vragen ze stilletjes aan elkaar; ‘mag hij van jou ons geld hebben?’ Samen overhandigden ze het geld. De man is zo verbaast dat hij niet weet wat hij moet zeggen. En opeens ….. zijn het elfje en de clown verdwenen.

Voor de man staat nu plotseling een meisje. De hitte is mij te veel zegt hij in het Frans tegen haar. Hij vraagt zichzelf af of hij echt een elfje heeft gezien. Elfjes, denkt hij, die bestaan toch niet? Is dit een dagdroom? Hij is in de war. Plotseling schrikt hij op uit zijn gedachten. O ja, tegenover hem staat een klein meisje. En het meisje verstaat hem niet. Ze roept ‘mama …papa…’.  De man snapt dat ze haar ouders kwijt is en roept de politie. Zij nemen Roos mee naar het politiebureau. En wie zijn daar ook…. mama en papa! Ze omhelzen elkaar en huilen van blijdschap.

Roos weet niet of ze haar papa en mama het avontuur met de heks en het elfje gaat vertellen. Zouden ze haar geloven? En de grote man, die begrijpt nog steeds niet wat er die dag is gebeurd. Als hij alles heeft gedroomd, hoe komt hij dan aan een mandje met geld? Ires is blij dat ze terug kan naar haar vriendjes in elfjesland. En de heks? Die heeft de smaak goed te pakken. Ze gaat nu ook naar andere festivals en naar carnaval. Dan betovert ze zo nu en dan grote en kleine mensen. En dan mompelt ze; ‘Weer iemand duidelijk gemaakt dat heksen echt bestaan!’.